Een realistische bril op de middelbare schoolprestaties

Emilie is 16 jaar en studeert elke dag minstens nog drie uur na de schooluren. Daarnaast danst ze ook twee keer in de week en zit ze bij een zwemclub waarmee ze één keer in de week gaat zwemmen. Ze komt thuis met een 9/10 voor wiskunde en haar ouders zijn in de wolken en vertellen hoe fier ze wel niet zijn op haar. Twee weken later komt ze thuis met een 7/10 voor hetzelfde vak en haar ouders geven aan dat dit helemaal niet goed is en ze volgende keer beter haar best moet doen (fictief voorbeeld).

Net als de ouders van Emilie willen we graag dat onze kinderen het goed doen en houden we er niet van als ze falen. Dit betekent dus onder andere dat ze in het school goede punten dienen te halen.

Die afkeer van falen komt mede omdat we in een prestatiemaatschappij leven waarin we van overal druk ervaren om het op elk vlak goed te doen. Dat is mogelijk bij je werk, studies, maar ook bij je hobby’s, zoals bijvoorbeeld de winnende goal maken tijdens een voetbalwedstrijd of op de eerste rij te mogen dansen. Denk ook eens aan het gecreëerde beeld dat een succesvolle vrouw perfect haar werk, huishouden en gezin weet te combineren zonder enige moeite. Als ouder voel je ook een druk om je fier te kunnen voelen over je kinderen. Ouders zijn heel snel om goede prestaties van hun kinderen te delen op sociale media, bijvoorbeeld bij het halen van een goed rapport, maar gaan dit niet gemakkelijk doen bij een slechtere prestatie. Bijgevolg krijg je van andere ouders enkel de goede dingen te horen en krijgt het gevoel dat je kind hier niet aan voldoet waardoor de druk op de kinderen toeneemt.

Jongeren en ouders kunnen die druk tevens opleggen door het TE goed te willen doen. Ze hebben te hoge verwachtingen en stellen onrealistische doelen voorop. Je kan nu eenmaal niet op elke toets een 10/10 halen of in elk vak even goed zijn. Daarnaast kan je ook niet verwachten dat kinderen en jongeren doorheen heel hun schoolcarrière dezelfde hoge punten kunnen halen. Tijdens je schoolloopbaan wordt het namelijk steeds moeilijker om hoge punten te blijven halen. We nemen even kort de belangrijkste schoolovergang onder de loep: die van de lagere school naar het middelbaar. 

Lagere school versus middelbaar onderwijs

In de lagere school liggen de punten voor leerlingen doorgaans hoger dan in het middelbaar. Zo is een 7/10 in de lagere school minder goed dan in het middelbaar of verdere hogere studies. Waarom is het moeilijker in het middelbaar om hoge punten dan in de lagere school? Tijdens de lagere school worden voornamelijk basisvaardigheden aangeleerd zoals rekenen, leren lezen en schrijven,… terwijl in het middelbaar de leerstof verder verdiept wordt. In het middelbaar wordt, naast het kennen van de leerstof, het steeds meer belangrijker om ook die leerstof te kunnen toepassen en er een mening over te vormen. Hierdoor moet je de leerstof in het middelbaar op een dieper niveau verwerken en wordt het moeilijker om het echt goed te leren.

Daar bovenop heb je in plaats van één of twee leerkrachten nu voor elke vak een andere leerkracht waardoor de hoeveelheid werk minder goed op elkaar afgestemd is. Daarnaast zorgen groepswerken, presentaties en verslagen ervoor dat de boog veel gespannen staat en ze hun tijd moeten verdelen over de verschillende taken en toetsen. Dit plannen van het schoolwerk lukt bij sommigen ook minder goed. Het is dus niet onlogisch dat je punten over algemeen dalen doorheen het middelbaar. 

Mogelijke gevolgen van onrealistische verwachtingen

Het elke keer zo goed willen doen heeft verschillende gevolgen. Je kan angst krijgen om te falen en veel stress ervaren. Het Vlaamse Scholierenkoepel heeft recent navraag gedaan naar stress bij bijna 6000 leerlingen in het middelbare onderwijs. Hierbij geeft 76,8% van de leerlingen aan stress te krijgen van school. Van deze leerlingen ervaren 40% veel of zeer veel stress. Meisjes zouden op basis van deze vragenlijst over het algemeen meer stress ervaren dan jongens. Daarnaast vinden ze een duidelijk verschil tussen de lagere en hogere jaren. In de eerste geeft 27,2% aan veel of heel veel stress te hebben en in de derde graad is dat bij meer als de helft van de leerlingen (55,9%). Deze stress zorgt er dan weer voor dat jongeren slechter slapen, meer onrustig zijn en kan eventueel ook black-outs veroorzaken. (Cijfergegevens overgenomen uit het rapport van Het Vlaamse Scholierenkoepel)


Maar er zijn ook andere mogelijke gevolgen buiten faalangst en stress. 38% van de jongeren zou zich slecht voelen, in die mate dat hun functioneren in de weg staat. Dit resultaat werd gevonden in een online bevraging van 1100 jongeren (14-25 jaar) door de Vlaamse Jeugdraad. 60% van de jongeren heeft ook aangegeven dat ze het gevoel hebben niet aan de verwachtingen te voldoen.  (Cijfergegevens overgenomen van de website van de Vlaamse Jeugdraad)


Deze laatste bevinding is niet zo verbazend als deze verwachtingen onrealistisch zijn en dus onmogelijk inlosbaar. 


Wat kan je doen?

Het belangrijkste wat je zelf kan doen is je verwachtingen realistischer maken. Je kan niet altijd het beste presteren en niemand is perfect. Je kan je verwachtingen concreet bijschaven bijvoorbeeld ‘ik wil graag dat mijn zoon op een toets toont dat hij het begrepen heeft’ en niet ‘ik wil dat hij volgende keer zeker een 8,5/10 haalt’. Ga ook niet onnodig gaan vergelijken met leerlingen die minder moeite lijken te hebben bij het verwerken van de leerstof of vergelijk de punten niet teveel met het gemiddelde van de klas. Kijk enkel naar jouw kind en zijn mogelijkheden en pas je verwachtingen hieraan aan. Je mag dus zeker verwachtingen hebben, maar blijf ze toetsen aan de realiteit. Als je zoon/dochter een slechte toets gemaakt heeft, ga samen rustig kijken hoe dit komt en laat ze zelf uit hun fouten leren zodat ze kunnen groeien. Misschien hebben ze een vraag of een leerstofonderdeel niet goed begrepen?

Belangrijk hierbij is ook dat er een gezonde manier van studeren is. Elke dag zou een leerling 1,5 tot 2 uur aan zijn schoolwerk moeten zitten. Dat kan soms meer of minder zijn. Ook al heeft de leerling misschien niets te studeren, dan nog is het wenselijk om dagelijks met de leerstof bezig te zijn. Op die manier kan de leerling regelmatig zijn leerstof bijhouden en kan hij snel aan de alarmbel trekken als hij iets niet of onvoldoende begrijpt. Elke dag bijvoorbeeld minstens drie uur studeren is dan weer echt te lang en helemaal niet productief naar het verwerken van de leerstof toe.

Vergeet ook niet dat tijdens het studeren ontspannen dient te worden. De boog kan niet altijd gespannen staan en ontspannen helpt bij het verminderen van stress en heeft een gunstig effect op het onthouden van de leerstof. De richtlijn is na 50 minuten studeren, 10 minuten te ontspannen. Zorg daarnaast dat de hobby’s niet alle naschoolse tijdsbesteding in beslag nemen. 

Go to top